Elke dag is er wel iets op tv, radio of in de krant over de economische situatie in Europa. Het gaat niet goed. Je zou daarom denken dat de EU wat kritischer omgaat met het geven van subsidies, maar op het gebied van landbouw is het tegendeel waar. Veel geld gaat naar subsidies voor inefficiënte voedselsystemen en deze hebben een grote impact hebben op het milieu.

Subsidies

Ongeveer 20 procent van het inkomen van de Nederlandse melkveehouder bestaat uit subsidies.[11] Maar de subsidies gaan niet alleen naar de veehouders. Er worden ook enorme bedragen beschikbaar gesteld voor promotiecampagnes. De zuivelsector krijgt miljoenen toegewezen voor het promoten van zuivel onder kinderen en voor schoolmelk.[1] Maar ook voor algemene zuivelpromotiecampagnes wordt bijna 20 miljoen euro beschikbaar gemaakt.[2]

Europa geeft jaarlijks zo’n 43 miljard euro aan inkomenssteun aan Europese boeren en nog eens 18 miljard euro voor plattelandsontwikkeling. Een deel hiervan komt van Nederlandse belasting: “Inwoners van Nederland betalen via de EU rond de 130 euro per persoon aan hun boeren, wat neerkomt op ruim 500 euro voor een gezin met twee kinderen. Geld dat opgaat aan de sanering van de varkenshouderij of de aanpak van stikstofproblematiek is buiten de berekening gelaten.” En dat terwijl “ruim eenderde van de Nederlandse boeren die subsidie ontvangen […] ook zonder die inkomenssteun al bovenmodaal verdienen.”[3] De precieze cijfers van de zuivelindustrie zijn niet bekend.

Maatschappelijke impact

“Consumentenprijzen geven zelden een goed beeld van de werkelijke kosten die gemaakt worden om het product in de schappen te krijgen.” Er zijn directe kosten voor productie, maar ook ‘maatschappelijke kosten’ ofwel ‘externe kosten’ op milieu en gezondheid, die niet meegenomen worden in de prijs. De maatschappelijke kosten (klimaatverandering, ecosystemen en biodiversiteitsverlies, subsidies, bodemdaling en gezondheid) van melk worden op minimaal €0,62 per liter geschat. Daarmee evenaren of overstijgen de externe kosten van de ‘melkvee’-houderij de opbrengsten.[4]

Het huidige landbouwbeleid houdt in dat er veel promotie van vlees en zuivel gesubsidieerd wordt door de EU. Een onderzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie concludeerde dat dit beleid hoogstwaarschijnlijk verantwoordelijk was voor duizenden extra patiënten en doden per jaar.[5] Dit beleid zou dan ook inhouden dat er extra kosten ontstaan in de zorgsector en daarmee de zorgpremies hoog gehouden worden. Verder onderzoek naar de gevolgen van de zuivel- en veesector in zijn algemeenheid op de zorgsector zou dan ook zeer wenselijk zijn.

Dierziekten

Door de intensiteit van de zuivelsector is er een groter risico op het uitbreken van dierziekten.[10] Als er dierziekten ontstaan kan dit grote kosten opleveren voor de maatschappij. Zorgkosten voor mens, voor dier (preventief) en voor het ruimen (doden) van dieren. Veel dieren worden bij een uitbraak vaak onnodig afgemaakt om de verspreiding van de ziekte tegen te gaan.

Een goed bekend voorbeeld hiervan is de Q-koortsuitbraak in 2007. Inmiddels zijn er 95 sterfgevallen geregistreerd[6] en hebben 519 personen de gevaarlijke chronische variant.[7] De totale schade werd in 2011 al geschat op 161-366 miljoen euro, maar is inmiddels natuurlijk verder gestegen.[8]

Zolang de intensieve vee-industrie blijft bestaan zal er altijd een gevaar voor de mens op de loer liggen. In 2011 werd er in Nederland een nieuw virus aangetroffen, het Schmallenbergvirus, dat behoort tot een groep virussen waarvan sommige ook infecties kunnen veroorzaken bij mensen. Het blijkt niet besmettelijk voor mensen [9], maar zodra er een virus uitbreekt moet er altijd eerst onderzocht worden of het ook slachtoffers onder mensen kan maken.

Wat kun jij doen?

Wanneer je kiest voor duurzame, plantaardige alternatieven voor zuivel en andere dierlijke producten, steun je daarmee de productie van deze alternatieven én steun je bovenstaande praktijken niet. Hoe meer mensen dit doen, hoe groter het effect op de zuivelindustrie en de overheidsmaatregelen. Wees geen dief van eigen portemonnee, steun de zuivelindustrie niet. Kies voor het verlagen van de maatschappelijke kosten, kies voor plantaardige alternatieven.

Bronnen

  1. Europa Nu. (2018). 9 miljoen EU-geld voor schoolmelk en -fruit.
  2. Teffer, P. (2019). EU promotes meat, despite climate goals. European Data Journalism Network.
  3. Marijnissen, H. (2019). Nederlands gezin steunt boerensector met 500 euro per jaar. Trouw.
  4. Duursen, J. & Van der Leeuw, K. (2016). De echte prijs van melk. Nicolaas G. Pierson Foundation.
  5. Lloyd-Williams, F., O’Flaherty, M., Mwatsama, M., Birt, C., Ireland, R., & Capewell, S. (2008). Estimating the cardiovascular mortality burden attributable to the European Common Agricultural Policy on dietary saturated fats. Bulletin of the World Health Organisation, 86 (7), 535-541.
  6. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu [RIVM]. (2020). Q-koorts.
  7. Nederlandse Omroep Stichting [NOS]. (2018). Nieuwe cijfers: nog altijd overlijden mensen aan Q-koorts.
  8. De Volkskrant. (2011). Kosten Q-koorts geschat op 161 tot 336 miljoen.
  9. Royal GD. (n.d.). Schmallenbergvirus.
  10. Vegan Society of Canada. (2020). Motivation: Preventing future pandemics.
  11. Evers, A. G., & de Haan, M. H. A. (2019). Subsidie belangrijke inkomstenbron in Europa.